Oefeningen
Kennen uw leerlingen hun grenzen en durven ze die
ook stellen? Hier een aantal leuke oefeningen om er
spelenderwijs mee aan de slag te gaan.
- Stemmingenloop
De stemmingenloop is één van de basiswerkvormen
uit de weerbaarheid en zelfverdediging. Door de
stemmingenloop ervaren leerlingen de invloed in
houding en uitstraling.
Hoe?
De leerlingen lopen door elkaar door de ruimte heen
en beelden zich in wat de leerkracht vertelt. Zij
mogen niet met elkaar praten. De leerkracht nodigt
de leerlingen uit verschillende stemmingen te
ervaren. Dat kan hij of zij op verschillende
manieren doen:
- Aanwijzingen geven wat betreft de
lichaamshouding. Dus: kijk nu naar beneden, trek
je schouders wat op en duik een beetje in elkaar.
De ademhaling is hoog, uit de borst. Loop rond…
- Aanwijzingen geven over het gevoelsleven,
bijvoorbeeld door een verhaaltje te vertellen.
Stel je voor dat je de lotto gewonnen hebt…. Stel
je voor dat je werkelijk woedend bent op je
buurman die je lottoticket kwijt heeft gespeeld…..
Stel je voor dat je door een donkere en stille
straat moet lopen, alles wat je ziet is eng….
De bedoeling is dat de cursisten het effect van
lichaamshouding of de stemming en andersom goed
ervaren. In de nabespreking wordt daar verder op
ingegaan.
- Allereerst wordt gevraagd naar de algemene
ervaringen in de oefening.
- Dan wordt er een omschrijving gegeven van de
lichaamstaal die bij de verschillende stemmingen
hoort (of de stemming die bij de omschreven
lichaamstaal hoort). Er wordt ingegaan op de
ademhaling, stand van de schouders en het hoofd en
het mogelijke effect op jezelf en de omgeving.
Iemand die in elkaar loopt ziet er niet alleen
angstiger uit maar wordt dat vanzelf ook.
- Tot slot wordt ingegaan op de vraag welk
slachtoffer een aanvaller wenst. Iemand die
angstig is en er ook angstig uitziet, ziet er
kwetsbaarder uit en zal dus eerder aangevallen
worden. Ook feitelijk kan zo iemand zich minder
goed verdedigen dan iemand die rechtop loopt en om
zich heen kijkt.
Doel
Het doel van deze oefening is de cursisten te
overtuigen van het nut van een juiste houding en
uitstraling. Iemand die rechtop loopt, ziet er niet
alleen minder kwetsbaar uit, maar is dat feitelijk
ook. Immers: zo iemand ziet een onveilige situatie
eerder aankomen en kan bovendien beter schreeuwen of
om hulp roepen.
- De
'Stop!-oefening'
Deel de groep in tweeën en zet beide groepen
tegenover elkaar, ieder aan één kant van de zaal.
Het is de bedoeling dat de leerlingen van groep A
naar de leerlingen van groep B lopen en dat A
‘Stop!’ zegt of roept als B voldoende genaderd is.
Fysiek veilige afstand
- A loopt naar B, B zegt ‘Stop!’als hij/zij
vindt dat A voldoende genaderd is en A stopt dan
ook. (Geef niet meer uitleg, ook niet als
leerlingen erom vragen).
- Goed kijken hoe iedereen staat, eventueel mag
B A nog wat verder weg zetten of dichterbij laten
komen.
- Dan doet B op signaal van de docent(e) nog één
extra stap in de ruimte van A (even voelen voor A
hoe dat is en dan snel weer terug). Andersom idem.
- Daarna geeft u uitleg over verschillende
afstanden. “Iemand die je eng vindt moet verder
weg blijven dan iemand waar je van houdt. In het
algemeen gelden de volgende afstanden: intieme
zone 15-46 cm, persoonlijke zone voor bekenden, op
recepties, enz. 46cm-1,2 m, sociale zone voor
onbekenden 1,2 -3,6 m, publieke zone als je je
richt tot een groep mensen meer dan 3,6 m, maar
wel persoonlijke en culturele verschillen”.
- Leg ook uit wat een fysiek ‘veilige’ ruimte is
(twee armlengtes).
- Vraag in de nabespreking wat leerlingen
voelden toen de ander te dicht bij kwam (kriebel
in maag, adem hoog, enz.) “Deze gevoelens zijn dus
een signaal dat je lichaam afgeeft als iemand in
je ruimte komt, zowel fysiek, letterlijk als
figuurlijk.”
Dit is een relatief veilige oefening voor
leerlingen omdat er gewoon informatie wordt
overgedragen en ze heel snel een gevoel van
onbehagen ervaren maar er verder helemaal niet op
wordt ingegaan. Let goed op je leerlingen.
Leerlingen die de ander abnormaal dichtbij laten
komen en zeggen dat ze er geen probleem mee hebben
moet je in hun waarde laten, maar wel herkennen als
mogelijk problematisch. Het kan verzet/sabotage van
je les zijn, maar het kan ook dat zo’n leerling de
grenzen echt niet voelt. In beide gevallen vindt de
betreffende leerling het blijkbaar moeilijk om
grenzen te herkennen. Grensoverschrijding herkennen
is belangrijk want dat gevoel geeft het signaal dat
er iets niet goed is en dat je eigenlijk moet
handelen.
Lichaamstaal
- A loopt weer op B af, maar B mag nu niet
zeggen en geen gebaren maken. B zegt alleen
‘Stop!’ met de ogen (en automatisch ook met
buikademhaling). Hiermee wordt geoefend met
gezichtsuitdrukking.
Ook als cursisten soms hele rare ogen opzetten
die in het werkelijke leven onmiddellijk tot een
lachstuip zouden leiden, hebben ze goed geoefend met
oogcontact. Mocht dat gebeuren, kun je gewoon
benoemen dat je in het echt natuurlijk je
wenkbrauwen niet zó hoog optrekt en je ogen niet zó
ver openspert omdat dat er nogal raar uitziet.
Meer lezen
Wil u meer lezen over deze oefeningen of nog andere
werkvormen ontdekken,
lees dan deze publicatie die
u ook kan bekijken
op
www.weerbaarheid.nu
U kan ook aan de slag gaan met het boek 'Weerbaarheid
van jongeren: een denk- en doeboek', Garant Leuven,
2001, 413p. van Suzanne Cautaert, e.a. (Meer info op www.rosadoc.be
bij bibliotheekcatalogus).
Opgelet
Bovenstaande aangeboden werkvormen zijn initieel gericht naar
docenten weerbaarheidstraining, maar een aantal
oefeningen zijn voldoende laagdrempelig om zelf mee
van wal te steken. Veel snuisterplezier!
Trainingen
Wil u via een organisatie uw leerlingen een
weerbaarheidstraining geven? Dat kan ook. Zindering
vzw biedt in haar 'Ego ma non troppo' aanbod ('ik,
maar niet teveel') een training aan:
Wie ik word, dat kies ik zelf!
Tot het onderwerp van deze module behoren (naargelang
de leeftijd van de jongeren) tabakspreventie,
drugspreventie en alcoholpreventie. Maar we gaan veel
ruimer dan dat: met dit project willen wij vooral in
het algemeen het kritisch denken en het opgroeien tot
een sterke persoonlijkheid (maar: in gemeenschap met
anderen) stimuleren.
Voor meer informatie, surf naar: www.zindering.be
|