|
Verbaal geweld is iemand met woorden schade
berokkenen
Verbaal geweld kan zich eenmalig of herhaaldelijk
voordoen. Het kan op zachte toon of met luide stem
(schreeuwen, roepen, tieren… maar ook door te
zwijgen). Ook de intonatie waarop iets gezegd wordt,
kan een rol spelen.
Er zijn verschillende vormen
van verbaal geweld:
Schelden:
iemand beledigende woorden toespreken of –roepen. ‘stomme geit’, ‘bitch’, ‘klootzak’, ‘looser’
Vernederen:
iemand met woorden kwetsen en haar/zijn
zelfvertrouwen neerhalen. ‘Je bent niets waard’
‘Wat je gedaan hebt, trekt werkelijk op niets
Belachelijk maken:
‘Die mooie schoenen passen niet bij jouw kleurloze
persoonlijkheid’
De mening en gevoelens van de ander:
-
als onbelangrijk beschouwen: ‘Je moet niet naar
haar luisteren, ze weet toch niet waarover ze praat’
-
als foutief bestempelen: ‘Wat je zegt houdt totaal
geen steek’
-
minimaliseren: ‘Jij overdrijft toch ook altijd, zo
bedoelde ik dat niet’
-
niet toelaten:
‘Zwijg toch gewoon, er komt toch
niets zinnigs uit’
-
Negeren: weigeren te luisteren en/of te antwoorden. ‘Ik ga mijn tijd niet verdoen door hier naar jouw
gezaag te luisteren’
-
Bevelen: iemand vertellen wat zij/hij wel of niet mag/moet
doen. ‘Je gaat niet met die vrienden op stap zonder mij’
‘Het is niet aan mij om eten te maken elke dag,
dat is jouw taak
-
Ontkennen: het misbruik ontkennen of afdoen als verkeerd
geïnterpreteerd. ‘Maar zo bedoelde ik dat niet, je hoort weer alleen
wat jij wil horen’
-
Oordelen en bekritiseren:
veroordelend en onredelijk kritisch tegenover de
ander zijn. ‘Die rok past echt niet bij jouw figuur, doe maar
een broek aan tot wanneer je die kilo’s eindelijk
terug kwijt bent’ ‘Wat ben jij stom! Kan je nu nooit eens iets juist
doen? Je hebt zelfs je middelbaar niet beëindigd, je
bent echt een mislukkeling’
-
Beschuldigen:
schuldgevoelens gebruiken om anderen te manipuleren,
te beheersen en de schuld te geven. ‘Als jij niet zo lui en vergeetachtig was, zou ik nu
niet zo boos moeten zijn’
-
Moeilijke of onmogelijke eisen stellen aan iemand:
‘Ook al heb je maar een kwartier tijd, dan nog
verwacht ik een goede maaltijd en geen kant-en-klare
diepvriesmaaltijd’
-
Kwetsende ‘grapjes’:
‘Ik noem haar mijn dikkertje, omdat ze zo rond is’ ‘Hij is zo verlegen dat hij bij elke nieuwe
ontmoeting zo rood wordt als een tomaat’
-
Dreigen:
met gevolgen of met lichamelijk geweld ‘Durf dat niet te riskeren of ik verkoop je een mep’ ‘Als je zonder mij uitgaat zul je er nog dik spijt
van krijgen’
naar boven
Hieronder een aantal
specifieke tactieken
van verbaal geweld:
-
‘Altijd/nooit’ tactiek:
wordt gebruikt om een argument krachtiger en
overtuigender te
maken. ‘Jij zet nooit de vuilniszakken buiten’ ‘Waarom moet ik je altijd duizend keer vragen om je
sokken op te ruimen’
-
‘Zij-vinden/zij-doen’ tactiek:
anderen inschakelen om je argument kracht bij te
zetten en de verantwoordelijkheid te ontlopen. ‘Wel, iedereen vindt je arrogant’ ‘Iedereen doet dat, dus waarom jij niet?’
-
‘Onmogelijk te bewijzen’ tactiek:
‘Ok, bewijs dan dat je van me houdt’
-
‘Context weglaten’ tactiek:
‘Ik wil niet dat er iets met je gebeurt omdat je
iets doms doet tijdens het rijden’, waarop de andere
persoon antwoordt ‘Noem me niet dom!’
naar boven
naar boven
|