|
"Mevrouw Jansen is weduwe en sinds een jaar gaat
ze erg achteruit. Ze kan haar huishouden niet meer
goed aan en ze raakt regelmatig de kluts kwijt. Dat
beangstigt haarzelf en ook haar dochter Margriet.
Margriet is alleenstaand. Ze neemt haar moeder in huis
om beter voor haar te zorgen, want een plaats in een
verzorgingshuis zit er voorlopig toch niet in. Maar
het wordt er niet beter op sinds mevrouw Jansen bij
haar dochter inwoont. Ze vergeet steeds meer, raakt
vaker in de war en is zo onzeker dat ze de hele tijd
achter Margriet aanloopt. Die wordt daar doodnerveus
van. De pogingen van Margriet om haar moeder ergens te
laten zitten met een tijdschrift of een krant, zodat
zij haar werk kan doen, lopen op niets uit. Ten einde
raad bindt Margriet haar moeder aan haar enkels aan de
bank vast. Wanneer haar moeder de boel bij elkaar
gilt, geeft ze haar een pets in het gezicht, in de
hoop dat ze bedaart. Als dat niet helpt, geeft ze haar
pilletjes die haar moeder rustig maken. Zo rustig dat
ze de hele dag stil blijft zitten."
(uit 'Je ziet het pas als je het
gelooft, Amsterdam, 2005)
Andere
getuigenissen
|